Zoeken

Heeft u vragen?

Bekijk gerust onze veelgestelde vragen of neem hier contact op.

Meest gezocht

Over het keurmerk

https://www.planetproof.eu/over-het-keurmerk/

Certificeren

https://www.planetproof.eu/zakelijk/certificeren/

Producten

https://www.planetproof.eu/producten/

Gewasbeschermingsmiddelen

https://www.planetproof.eu/zakelijk/certificeren/plantaardig/

Waarom deze eisen? Inzicht in keuzes en dilemma’s

On the way to PlanetProof stelt hoge eisen aan duurzaamheid. Maar hoe komen die eisen tot stand? Welke keuzes liggen eraan ten grondslag, en waarom zijn sommige dingen juist wél of níet verplicht? In dit overzicht nemen we je mee in de afwegingen die worden gemaakt bij het opstellen van de criteria voor het keurmerk. Zo geven we inzicht in de dilemma’s én de doelen die we nastreven.

 

 

Doelgericht verduurzamen

Het keurmerk On the way to PlanetProof is bedoeld om producenten te stimuleren tot duurzamere productie. Dat doen we aan de hand van ambitieuze, maar haalbare eisen. Die eisen worden vastgesteld door College van Deskundigen met daarin wetenschappers, producenten, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties.

De eisen gaan over verschillende duurzaamheidsthema’s: van bodem en water tot dierenwelzijn en biodiversiteit. Elk van die eisen draagt bij aan een concreet doel.

Tegelijkertijd spelen er dilemma’s: hoe ambitieus kun je zijn zonder dat het onhaalbaar wordt? Hoe zorg je dat iets te controleren is, zonder de kern van de maatregel te verliezen?

Bekijk hier welke duurzaamheidsdoelen On the way to PlanetProof nastreeft

Integraliteit: de tienkamper onder de keurmerken

Een van de uitgangspunten van On the way to PlanetProof is integraliteit: een deelnemer moet op alle relevante duurzaamheidsthema’s aan minimumeisen voldoen. Dat betekent dat je niet kunt uitblinken op één onderdeel en tegelijk ondermaats presteren op een ander.

Voorbeeld

Vergelijk het met een tienkamp. Iemand die alleen goed is in verspringen, wint de wedstrijd niet. Alleen wie op álle onderdelen goed scoort, maakt kans op de medaille. Zo werkt het ook bij duurzaamheid in de landbouw.

Soms roept dat discussie op. Zou het niet effectiever zijn als bedrijven zich op één thema mogen specialiseren? Wij geloven dat echte verduurzaming alleen lukt als het hele bedrijf stappen zet.

Voorbeeld uit de glastuinbouw

Telers besparen energie door minder te verwarmen, wat leidt tot minder CO₂-uitstoot. Maar een koelere kas is vochtiger, waardoor er sneller schimmels kunnen ontstaan. Om het gewas gezond te houden, zijn dan weer meer gewasbeschermingsmiddelen nodig. Die moeten we juist verminderen. Daarom kijken we altijd naar het geheel: maatregelen moeten in balans zijn.

Controleerbaarheid: niet alles kan verplicht worden

Bij het opstellen van eisen letten we goed op controleerbaarheid. Alleen maatregelen die duidelijk en betrouwbaar te controleren zijn, worden verplicht gesteld. Denk aan controles via documenten, inspecties of metingen.

Sommige maatregelen zijn inhoudelijk wel wenselijk, maar op dit moment nog lastig te controleren. Die nemen we dan (nog) niet als verplichting op, om de betrouwbaarheid van het keurmerk te waarborgen.

Voorbeeld weidegang

We streven naar ruime weidegang (180 dagen 6 uur). De huidige controle is ingericht op 120 dagen. Samen met Stichting Weidegang onderzoeken we hoe we ruimere weidegang ook betrouwbaar kunnen vastleggen, net als we eerder al een borgingssysteem voor weidegang bij jongvee hebben ontwikkeld.

Keuzemaatregelen: ruimte voor maatwerk

Niet alle eisen zijn verplicht. Sommige zijn keuzemaatregelen waarmee een bedrijf extra punten kan verdienen. Hoe zwaarder de maatregel en de impact ervan, hoe meer punten. Wel geldt: er is altijd een minimumscore nodig om te voldoen aan het keurmerk. Zo stimuleren we verdere verduurzaming op een manier die past bij de praktijk van elk bedrijf.

Voorbeeld

Een akkerbouwer kan kiezen voor het aanleggen van kruidenrijke randen, het telen van vlinderbloemigen of het laten staan van stoppels door pas in het voorjaar te ploegen. Deze maatregelen passen niet op elk perceel, dus bedrijven kunnen kiezen wat bij hen wél werkt.

Hoe toon je natuurimpact aan?

Een lastige vraag: hoe maak je zichtbaar dat een bedrijf bijdraagt aan natuur en landschap? Er is geen universele maat voor biodiversiteit. Toch willen we vooruitgang meetbaar maken.

Voorbeeld melkveehouderij

Samen met partners werken we aan een rekenmethode waarin verschillende natuurmaatregelen worden omgerekend naar één eenheid. Daarbij is extensief kruidenrijk grasland de referentie. Andere maatregelen – zoals hagen of slootkanten met natuurbeheer – worden daaraan gekoppeld. Zo ontstaat een totaalcijfer dat laat zien hoeveel een bedrijf bijdraagt aan natuur en landschap.

Deze methode, onderdeel van de Biodiversiteitsmonitor melkveehouderij, maakt het mogelijk om impact inzichtelijk en vergelijkbaar te maken.