Energie & Klimaat
Het thema ‘Energie & Klimaat’ gaat over efficiënt en fossielvrij energieverbruik en minimaliseren van de uitstoot van fijnstof en broeikasgassen, bijdragend aan een klimaatneutraal Europa.
Keurmerkhouders moeten voldoen aan de volgende eisen:
- Het minimaliseren van de uitstoot van broeikasgassen met een norm die elk jaar strenger wordt en door de levensduur van koeien te verlengen.
- Melkveehouders werken met doelsturing en hebben keuzevrijheid hoe zij de uitstootnormen behalen, afhankelijk van hoe dit het beste bij hun bedrijf past.
- Melkveebedrijven maken 100% gebruik van groene stroom, ingekocht of zelf opgewekt.
Dierengezondheid
Binnen het thema ‘Dierengezondheid’ staat centraal dat de dieren zich goed voelen en ze in goede gezondheid verkeren.
Keurmerkhouders moeten voldoen aan de volgende eisen:
- Melkveehouders en dierenartsen monitoren samen de diergezondheid en verbeteren die met een jaarlijkse risicoanalyse en een gericht verbeterplan. Melkveehouders en dierenartsen monitoren koespecifieke thema’s, zoals de uiergezondheid.
- Monitoren van drinkwaterkwaliteit als onderdeel van gezonde voeding. Drinkwater dat smakelijk en van goede kwaliteit is bevorderd de wateropname.
- Bij ontstekingen en infecties schrijft het behandelsplan pijnstilling voor, zodat koeien minder stress ervaren en sneller genezen.
Dierenwelzijn
Binnen het thema ‘Dierenwelzijn’ staat centraal dat de dieren zich goed voelen, worden gehouden in geschikte huisvesting en hun natuurlijke gedrag kunnen uitoefenen.
Keurmerkhouders moeten voldoen aan de volgende eisen:
- Koeien hebben voldoende buitenruimte om te kunnen grazen (er is minstens 1000 m2 per koe rond het bedrijf beschikbaar).
- Koeien staan minstens 120 dagen per jaar, 6 uur per dag in de wei. Het streven is 180 dagen weidegang per jaar, als het weer het toelaat.
- Melkveehouders hebben aandacht voor het welzijn van de individuele koe en streven naar een langere levensduur (met een norm die jaarlijks wordt verhoogd).
- Het verhogen van het comfort in de stal en het stimuleren van natuurlijk gedrag:
- Koeien hebben volledige bewegingsvrijheid binnen in de stal (en buiten in de wei).
- Elke koe heeft minstens 1 zachte ligplaats.
- De ligplaats is afgestemd op de afmetingen van een koe, zodat ze makkelijker kan liggen en opstaan.
- Er zijn koeborstels die de huid verzorgen, borstels zijn beschikbaar voor alle dieren (ook voor jongvee).
- In elke stal zijn voorzieningen om de stal koeler te houden tijdens warme dagen.
- Stalvloeren hebben voldoende grip tegen uitglijden, waardoor er minder klauw- en beenproblemen ontstaan.
- Nieuwe of verbouwde stallen hebben nog ruimere afmetingen van bijvoorbeeld looppaden en ligplekken om toekomstbestendig te zijn.
- Melkveehouders laten zich met regelmaat informeren over de nieuwste vakontwikkelingen gericht op dierenwelzijn en diergezondheid en/of specifiek op het vlak van gedrag in relatie tot welzijn en bedrijfsvoering.
Natuur & landschap
Het thema ‘Natuur en landschap’ richt zich op het versterken van de biodiversiteit (flora en fauna) en landschappelijke waarde op en om het landbouwbedrijf.
Keurmerkhouders moeten voldoen aan de volgende eisen:
- De bodembiodiversiteit versterken, omdat minstens 40% van het grasland ouder is dan 6 jaar (in de praktijk is dit gemiddeld 75% van het grasland).
- De biodiversiteit bevorderen door minstens 5% van het areaal te laten bestaan uit kruidenrijk grasland, wat insecten, bijen en vlinders aantrekt.
- Grasland dat is ingezaaid, met bijvoorbeeld vlinderbloemige kruiden, beslaat minstens 12,5% van het areaal.
- Op het erf is inheemse beplanting aanwezig van minimaal 25 meter lengte. Onderhoud vindt plaats zonder broedvogels te verstoren. Een alternatief is het op het erf aanleggen van nest- en schuilplaatsen voor bijvoorbeeld zwaluwen, uilen, torenvalken of mussen.
Kringlopen
Binnen het thema kringlopen ligt de focus op het beperken van grondstoffen van buiten het bedrijf, het verder sluiten van kringlopen en het voorkomen van emissies.
Keurmerkhouders moeten voldoen aan de volgende eisen:
- Het sluiten van kringlopen, door minstens 55% eiwit van eigen land (in de praktijk is dit gemiddeld 61%).
- Aanvoer van eiwit van buiten het bedrijf is beperkt tot 45%.Melkveehouders hebben voldoende land nodig om mest zoveel mogelijk op eigen land in te zetten. Door ook aan het overschot van mest eisen te stellen, wordt de kringloop verder gesloten.
- Het beperken van stikstofuitstoot (in de vorm van ammoniak) door middel van onder andere weidegang.
Jongvee
Keurmerkhouders moeten voldoen aan de volgende eisen:
- Het stimuleren van natuurlijk gedrag door ook het jongvee minstens 100 dagen buiten in de wei te laten.
- Door weidegang leren de jonge dieren goed grazen, bouwen ze immuniteit op tegen parasieten en het heeft een positief effect op de skelet-en spierontwikkeling. Jongvee heeft hier levenslang profijt van.
- Kalveren en jongvee verblijven op stro en hebben onderling contact. De leefruimte per dier neemt toe naarmate de dieren groeien en ouder worden
Download de factsheet
Bekijk de factsheet met informatie over de maatregelen en eisen melk.
Waarom deze eisen?
Achter elke eis van On the way to PlanetProof zitten keuzes en afwegingen.
Over het keurmerk
On the way to PlanetProof is een onafhankelijk keurmerk voor producten zoals eieren, zuivel, groenten, fruit, bloemen en planten.